Hoge Raad Nederland bevestigt rechtsgeldigheid pre-2021 gokovereenkomsten
Hoge Raad Nederland bevestigt rechtsgeldigheid pre-2021 gokovereenkomsten

De Hoge Raad heeft op 13 juni 2025 uitspraak gedaan in twee zaken die betrekking hebben op spelerscontracten met unlicensed online gambling operators uit de periode voorafgaand aan de regulering van de sector in 2021, waarbij de hoogste rechter vaststelde dat dergelijke overeenkomsten niet automatisch nietig zijn onder civiel recht. De beslissing verwerpt vorderingen van twee spelers die hun substantiële verliezen wilden terugvorderen op grond van strijd met de openbare orde, en bevestigt dat de Wet op de kansspelen deze pre-regulatie contracten niet ongeldig maakt waardoor restitutieclaims niet ontvankelijk zijn.
Een speler eiste in de eerste zaak een bedrag van 13946458 dollar terug dat verloren was gegaan via PokerStars tussen 2006 en 2021, terwijl de tweede eiser 135137 euro claimde die was verspeeld op PartyCasino in de periode 2020 tot 2021; beide vorderingen werden afgewezen omdat de onderliggende overeenkomsten rechtsgeldig bleven ondanks het ontbreken van een Nederlandse licentie ten tijde van de transacties. De Hoge Raad oordeelde dat de Wet op de kansspelen geen automatische nietigheid meebrengt voor contracten die zijn gesloten voordat de online kansspelmarkt in Nederland werd gereguleerd en dat civielrechtelijke vernietiging daarom niet zonder meer volgt uit overtreding van het vergunningsvereiste.
Achtergrond van de procedures en de rol van de openbare orde
De procedures vonden hun oorsprong in civiele vorderingen waarbij spelers betoogden dat de overeenkomsten met de buitenlandse aanbieders nietig waren wegens strijd met de openbare orde en goede zeden omdat de operators geen Nederlandse vergunning bezaten; de lagere rechters hadden de claims deels toegewezen maar de Hoge Raad heeft die lijn gecorrigeerd door te oordelen dat de wetgever expliciet heeft gekozen voor een systeem van toezicht en handhaving zonder dat daarmee civielrechtelijke nietigheid van oude contracten is beoogd. Volgens de uitspraak blijft de geldigheid van een overeenkomst afhankelijk van de concrete omstandigheden en leidt een overtreding van het vergunningsstelsel niet automatisch tot vernietigbaarheid in het burgerlijk recht.
De beslissing bouwt voort op eerdere jurisprudentie waarin de Hoge Raad al had aangegeven dat de bescherming van de speler primair via publiekrechtelijke instrumenten verloopt zoals de bevoegdheden van de Kansspelautoriteit en niet via individuele terugvorderingsacties; in juli 2026 blijft deze lijn relevant omdat nog steeds procedures lopen over verliezen die zijn geleden vóór de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand en de uitspraak biedt duidelijkheid over de afgrenzing tussen publiekrecht en privaatrecht.
Gevolgen voor spelers en aanbieders
Spelers die verliezen hebben geleden bij unlicensed operators uit de periode vóór oktober 2021 kunnen op basis van deze uitspraak geen succesvolle civiele claims meer indienen voor restitutie omdat de contracten niet automatisch als nietig worden beschouwd; de Hoge Raad heeft daarmee een streep gehaald door eerdere interpretaties die de openbare-ordebepaling ruim uitlegden en heeft de bal bij de wetgever gelegd voor eventuele aanvullende maatregelen. Aanbieders die in de overgangsperiode actief waren zien hun contractuele positie versterkt omdat terugvorderingsrisico’s afnemen en de rechtszekerheid toeneemt.

De Kansspelautoriteit heeft in reactie op de uitspraak benadrukt dat toezicht en handhaving zich blijven richten op illegale aanbieders via boetes en blokkades terwijl individuele spelersclaims via de civiele weg beperkt worden; experts die de sector volgen wijzen erop dat de uitspraak consistent is met de systematiek van de Wet op de kansspelen waarin de wetgever heeft gekozen voor een vergunningsstelsel met publiekrechtelijke sancties en niet voor automatische civielrechtelijke consequenties voor oude contracten.
Vergelijking met andere jurisdicties en toekomstige ontwikkelingen
In andere Europese landen zoals Malta en Zweden hanteren de toezichthouders vergelijkbare benaderingen waarbij pre-regulatie contracten civielrechtelijk blijven staan terwijl handhaving via licentievoorwaarden en boetes verloopt; de Nederlandse Hoge Raad sluit daarmee aan bij een bredere Europese lijn waarin de overgang naar gereguleerde markten niet leidt tot massale terugvorderingsacties. Volgens gegevens van de Kansspelautoriteit zijn er na de uitspraak minder nieuwe civiele procedures gestart over pre-2021 verliezen terwijl de focus verschuift naar naleving van de huidige licentievoorwaarden.
De uitspraak heeft ook gevolgen voor lopende zaken bij lagere rechters waarbij soortgelijke claims worden ingetrokken of aangepast; advocaten die spelers bijstaan adviseren cliënten om alternatieve wegen te onderzoeken zoals klachten bij de Kansspelautoriteit of schikkingen met aanbieders maar de civiele route is voor pre-regulatie contracten grotendeels afgesloten. In juli 2026 wordt verwacht dat de eerste evaluaties van de Wet kansspelen op afstand gepubliceerd worden waarbij de Hoge Raad-uitspraak als leidraad zal dienen voor eventuele wetswijzigingen.
Conclusie
De uitspraak van de Hoge Raad Nederland brengt duidelijkheid in de civielrechtelijke positie van pre-2021 gokovereenkomsten met unlicensed operators en bevestigt dat de Wet op de kansspelen geen automatische nietigheid meebrengt waardoor restitutieclaims van spelers niet slagen; de twee concrete zaken met verliezen van respectievelijk 13946458 dollar en 135137 euro dienen als illustratie van de nieuwe lijn waarbij de openbare-ordebepaling niet leidt tot vernietiging van de contracten. De sector en spelers kunnen voortaan rekenen op deze rechtszekerheid terwijl de Kansspelautoriteit haar toezichtsinstrumenten onverminderd kan inzetten.